De Geschiedenis van Gin

Wettelijke definitie van gin

Allereerst is het belangrijk om te weten dat je niet zomaar elke drank gin mag noemen. Net zoals bij whisky, champagne, cognac etc. wordt er bij wet vastgelegd aan welke voorwaarden een drank moet voldoen, alvorens men van gin mag spreken.

De Europese wetgeving leert ons dat gin een alcoholpercentage van minimum 37,5 procent moet hebben. In Amerika moet gin echter een percentage van 40 procent hebben alvorens het zo genoemd mag worden. Een tweede voorwaarde is dat de jeneverbes prominent aanwezig moet zijn, namelijk 51 procent van de productie-eenheden.

Zodra aan deze twee voorwaarden voldaan is, mag je eigenlijk al van gin spreken. Gin is dus eigenlijk helemaal geen moeilijke drank om te maken. Natuurlijk ga je in de praktijk geen gin vinden met enkel jeneverbes als ingrediënt. Vandaag bevat de gemiddelde gin tussen de 10 en de 20 botanicals. Enkele voorbeelden hiervan zijn engelwortel, kardemom, karwij, kaneel, zoethout, koriander en citrusvruchten zoals bergamot, citroen, limoen en pompelmoes.

De geschiedenis van gin 

Geografische afkomst

We weten nu aan welke wettelijke voorschriften gin moet voldoen, maar die voorschriften zijn er natuurlijk ook niet ineens van de ene dag op de andere gekomen. Daar is een hele geschiedenis aan voorafgegaan. En die geschiedenis van gin, die ziet er (weliswaar beknopt) uit als volgt: Hoewel vele mensen denken dat gin afkomstig is uit Engeland, komt het eigenlijk uit België en Nederland, dat toen nog de Lage Landen heette. Natuurlijk stookte men toen nog niet gin zoals we die nu kennen, maar de voorloper van gin, zeg maar de basis ervan, die is afkomstig uit onze contreien.

Voorloper van gin

Voor gin was er jenever, ook (vooral vroeger) wel genever genoemd. Zoals de naam al doet vermoeden werd en wordt jenever ook gemaakt op basis van de jeneverbes. Reeds in de 13e eeuw wordt voor het eerst gewag gemaakt van de jeneverbes in het boek ‘Der Nature Bloeme’. Op dat moment werd de jeneverbes vooral bejubeld als medicijn tegen maagpijn en krampen. Een eeuw later duikt de jeneverbes opnieuw in de literatuur op, ditmaal als medicijn tegen de pest.

Naarmate de eeuwen vorderen raken de middeleeuwse geleerden steeds meer vertrouwd met distilleermethodes en -technieken. Zo ontdekt men bijvoorbeeld dat spirits gemaakt kunnen worden van bijna elke substantie die kan gisten. Het is dan ook op dit moment in de geschiedenis dat men in Rusland bijvoorbeeld de wodka ontdekt, terwijl Schotland experimenteert met zijn whisky’s en de Lage Landen zich dus hoofdzakelijk op jenever en brandewijn focussen.

Hulp van de Engelsen

De volgende belangrijke mijlpaal situeert zich tijdens de 30-jarige oorlog begin 17e eeuw. Engelse soldaten werden naar de Lage Laden verscheept om ons te ondersteunen in een oorlog tegen de Spanjaarden. Al snel raakte het ingeburgerd om, alvorens ten strijde te trekken, zich moed in te drinken met jenever, of genever. De Engelsen spraken dit uit als ‘giniver’ en kortten het al snel af als gin. Na de oorlog namen onze Engelse bondgenoten hun drinkgewoonte en voorraad jenever/gin mee naar huis. Zo kon ook in Engeland de productie op gang komen.

Wanneer Willem van Oranje III op het einde van de 17e eeuw de Engelse troon bestijgt, vaardigt die vrijwel onmiddellijk nieuwe wetten uit waardoor sterkedranken importeren quasi onmogelijk wordt en zowat iedereen een licentie krijgt om zelf aan het stoken te gaan. Het resultaat was een land waarin iedereen ook effectief zelf begon te stoken, met verschrikkelijke gevolgen: de kwaliteit was ondermaats, de verslavingen rezen de pan uit en een dodencijfer dat nooit meer geëvenaard werd.

Tegen het einde van de 19e eeuw ebde de gincraze weg en ontstonden de eerst Gin Palaces. Deze zijn vergelijkbaar met de mooiere loungebars van tegenwoordig en hier kon men dan ook gin krijgen van goede kwaliteit.

Nadien zijn de accijnzen en de kwaliteitscontroles op gin enkel maar blijven stijgen, wat de kwaliteit alleen maar ten goede is gekomen. Het uitgangspunt was simpel: als gin duurder werd, moest de kwaliteit volgen.

Gin als wereldproduct

De Engelsen hebben er eveneens voor gezorgd dat gin een wereldproduct geworden is, door het zoals altijd ook tijdens de Eerste Wereldoorlog overal mee naartoe namen. Zo groeide ook de interesse in gin op het Amerikaanse continent. Na de Tweede Wereldoorlog beleeft gin zijn hoogtepunt in clubs, hotels, cocktailbars. Op dat moment begint echter ook wodka door te breken. Met dank aan geslaagde marketingcampagnes slaagt wodka erin om gin van de troon te stoten.

Vandaag de dag is gin echter helemaal terug. Merken als Bombay en Tanqueray blazen het imago van gin aan het einde van de vorige eeuw gin nieuw leven in. Hendrick’s springt halverwege de nillies ook bij op de kar.

En zo zijn we op de dag van vandaag aanbeland: zowat elke week ziet er wel ergens ter wereld een nieuw ginmerk het levenslicht. De hype heeft Spanje en België helemaal in de greep en ook Duitsland en Nederland lijken te volgen. In Groot-Brittannië is gin dan weer terug van nooit weggeweest.